Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe meer het leven plaatsvindt op internet. Dat klinkt eigenlijk dramatisch, maar korter en duidelijker kan ik het ook niet zeggen. Ik herinner me dat ik vroeger nog wel eens een dag niet op internet kwam. Nu komt dat alleen voor op die sporadische dagen dat ik lang moet vliegen. Ik zou het op prijs stellen als ik daar op die brakke stoeltjes ook gewoon kon internetten (nee, die dure stoelen waar je wel kunt internetten zijn me echt te duur).
Archieven die internet niet intensief als etalage en balie gebruiken gaan hun rol nog meer marginaliseren. In 2003 startte ik in het archiefwezen en inventariseerde ik een aantal grotere en veel kleinere archieven. Een jaar later draaide ik voor mijn nieuwsgierigheid eens een query welke van die archieven inmiddels was geraadpleegd. Geen enkele. Dat onbehagen heb ik sindsdien ook niet meer van me af kunnen schudden. Vooral niet wanneer ik de drempel van andere informatieinstellingen (virtueel of fysiek) overstap en een mierennest zie. De klantenkring van archieven is klein. Er wordt veel geïnvesteerd in het bereiken van nieuwe groepen, maar dan moeten eerst die groepen geïnteresseerd raken in het verleden en dat dwing je niet af. Al die projecten om kinderen en jongeren in archieven te krijgen hebben alleen effect op dat schaarse deel kinderen en jongeren dat al belangstelling heeft voor geschiedenis. Bibliothecarissen zijn benauwd om het ontlezen en zien hun publiek weglopen. Kijken ze eens naar archieven dan zien ze welk punt ze over een flink lange tijd gaan bereiken. Enige voordeel voor archieven is dat we monopolisten zijn in informatie. Waar de enkeling die Tolstoj nog wil lezen het zwikkie downloadt bij welke obscure aanbieden dan ook, zal hij door archieven verplicht kunnen worden tot een bepaalde vorm (of mate!) van informatieafname, omdat je niet buiten die archieven om aan die exclusieve informatie kunt komen. Maar hoe dan ook blijft die groep van archiefafnemers klein. Een variatie tussen nostalgisten en historici.
Dan nog, die kleine klantenkring zul je alleen maar slechter bedienen als je niet snel gaat tweepuntnullen. Want de klant is weinig anders meer gewend. Ja, in de toekomst gaan ze het geweldig vinden wanneer ze 'nog bij een archief langs kunnen gaan om daar echt in de papieren te bladeren. Zo schattig hoe we geholpen werden door echt zo'n archivaris met zo'n gebreide trui aan.' Maar eerst moeten ze je zien te vinden, die klanten, en dat doen ze 2.0
Over de Ning Archief 2.0: daar ben ik pas lid van sinds afgelopen november. Ik heb het heel lang willen negeren omdat het een imago had van klasje brave leerlingen. Ik heb er af en toe deelgenomen aan schrijfsels, maar ik ben een zeer gemankeerd archivaris. Het windt niet erg op om over archieven, regelgeving of beschikbaarstelling te discussiëren. Sorry. Ik zal dan ook niet langer een smet op het blazoen vormen met mijn desinteresse. Ik ga mijn databasefetisj fulltime uitventen.
Oh ja, Nings hebben trouwens last van dezelfde ouderdomskwaal als internetfora: ze zijn niet meer in. Fora zijn op sterven na dood (usenet uitgezonderd, maar usenet overleeft ons allemaal). Nings zijn geen reanimatie. Hoeveel features je ook wilt koppelen aan een Ning, het blijft een sociaal netwerk waar je afhankelijk bent van het initiatief van een nieuweling om je netwerk uit te breiden. Wanneer geen nieuweling zich meer registreert (zie de dood van de fora), zijn er alleen nog uitgekauwde meningen te delen. Sociale netwerken als Facebook en Twitter hebben aanwas op elk interessegebied en zo kies je zelf waar je nu weer kennis mee wilt maken.
Posts tonen met het label archiefinstellingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label archiefinstellingen. Alle posts tonen
dinsdag 4 mei 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)