We hadden instant messaging (IM) op de HvA. Daar is toen zo vies misbruik van gemaakt, want je kon naar alle op het netwerk ingelogde gebruikers tegelijkertijd een berichtje sturen. Dan kreeg je poep en pies onzin van ene Blom24 en 5 tellen later weer, en weer. IM is er toen heel rap afgehaald.
Makkelijk is het wel.
Telefoon: oh, hij is er niet. Voicemail inspreken. Shit, hoe formuleer ik het. Shit, daar is de piep. Shit, ik hoor mezelf onzin verkopen. Dit gaat hij nooit onthouden.
IM: ik typ het wel even in. Als hij niet achter zijn pc blijkt te zitten, blijft het toch wel rechts onderin op hem staan wachten. Formulering kan beter. Ik zet er wel een extra regeltje bij.
Even langs lopen: Hij is er niet. Weer helemaal terug. [15 minuten later] Hij is er niet. Weer helemaal terug.
IM: zie bij de telefoon
Mail: Nieuw bericht aanmaken, e-mailadres invullen, onderwerp typen, aanhef is wel zo netjes, typen, typen, herformuleren, klinkt te formeel, typen, netjes groeten, hopen dat hij de 'even tussendoor' toon verstaat en dit mailtje niet als lulpraat opvat.
IM: Klik zijn naam aan in je chatvenster, tik je vraag. IM-etiquette vereist instant antwoord zodra hij je tekst gelezen heeft. Het is IM, dus je weet dat het los tussendoor is, met de daarbij behorende toon. Het is conversatie, maar dan naleesbaar. En blind typen heeft het voordeel dat het even snel is als praten, maar dat je het wel kunt wissen voordat je echt iets lomps zegt. En als je het hele zwikkie na wilt lezen, dan log je de conversatie. Wil je even vlug die-en-die bij je gesprek betrekken, klik je hun namen aan. Moet je wel de mazzel hebben dat ze niet net even vlug naar de printer zijn gelopen.
IM is baat.
dinsdag 9 maart 2010
Twitter!
Kan ik kort over wezen: dat is zo verschrikkelijk leuk. Dat is zo verschrikkelijk het kanaal waarmee je alles in één keer bij kan houden.
Van @IPnieuws begreep ik dat Twitter het meest handig is als je maar een klein groepje volgt. Dan heb ik een tip voor jullie: maak van je favoriete onderwerpen een list. List als in gewoon het Engelse woord voor lijst. Je ramt daar alle twitteraars in die je tot nog toe volgde omdat ze altijd wat te melden hadden over dat onderwerp. Is de list compleet, dan unfollow je die twitteraars. Je twitter lifeline blijft zo alleen open voor die tweets die je het allerliefst elk moment wilt lezen en wil je één van je favoriete onderwerpen doornemen, dan klik je op de list.
Dit werkt niet bij twitteraars die maar zelden over jouw favoriete onderwerp tweeten, maar over dat onderwerp wel hele kekke dingen kunnen zeggen. Daarvoor stel je zo'n vaste zoekopdracht in die door Rob wordt uitgelegd op de site bij zijn uitleg over de hashtag en #23ad.
Moet het GAR op Twitter? Ja! Alle lof voor Susan dat we nu tweeten. Waarom dan? Omdat, heel door de hype bevangen gezegd, het erg prettig is als instellingen te volgen zijn op Twitter. Want als primair nieuwskanaal van dit moment, voel ik me een beetje onthand als ik sommige nieuwsbronnen niet kan followen.
Is het een medium voor intern gebruik bij het GAR? Dat zou vereisen dat we allemaal gedurende de dag het -afgesloten- twitteraccount van 'GAR intra', of zo, zouden volgen. Maar ik zou het wel handig vinden bij van die tussendoor berichtjes over traktaties in de kantine en of Cor nog nieuwe ranzigheid heeft gevonden. En dan overweeg ik om juist die tweets niet te volgen, want het boeit me geen ...
Van @IPnieuws begreep ik dat Twitter het meest handig is als je maar een klein groepje volgt. Dan heb ik een tip voor jullie: maak van je favoriete onderwerpen een list. List als in gewoon het Engelse woord voor lijst. Je ramt daar alle twitteraars in die je tot nog toe volgde omdat ze altijd wat te melden hadden over dat onderwerp. Is de list compleet, dan unfollow je die twitteraars. Je twitter lifeline blijft zo alleen open voor die tweets die je het allerliefst elk moment wilt lezen en wil je één van je favoriete onderwerpen doornemen, dan klik je op de list.
Dit werkt niet bij twitteraars die maar zelden over jouw favoriete onderwerp tweeten, maar over dat onderwerp wel hele kekke dingen kunnen zeggen. Daarvoor stel je zo'n vaste zoekopdracht in die door Rob wordt uitgelegd op de site bij zijn uitleg over de hashtag en #23ad.
Moet het GAR op Twitter? Ja! Alle lof voor Susan dat we nu tweeten. Waarom dan? Omdat, heel door de hype bevangen gezegd, het erg prettig is als instellingen te volgen zijn op Twitter. Want als primair nieuwskanaal van dit moment, voel ik me een beetje onthand als ik sommige nieuwsbronnen niet kan followen.
Is het een medium voor intern gebruik bij het GAR? Dat zou vereisen dat we allemaal gedurende de dag het -afgesloten- twitteraccount van 'GAR intra', of zo, zouden volgen. Maar ik zou het wel handig vinden bij van die tussendoor berichtjes over traktaties in de kantine en of Cor nog nieuwe ranzigheid heeft gevonden. En dan overweeg ik om juist die tweets niet te volgen, want het boeit me geen ...
Labels:
Twitter
Wiki's
De grootste plus die het wiki-format heeft boven andere formats is de grote herkenbaarheid van het format als encyclopedie-uiterlijk. De inrichting is een welbekend pad voor raadplegers van online informatie en zo bedien je de raadpleger des te beter. Hij weet al precies hoe hij moet navigeren, gewend als hij is aan Wikipedia. En de navigatie was al in de begindagen van Wikipedia heel helder opgezet. Wel raad ik iedereen aan om al die kekke links die middenin de tekst staan te openen in een nieuw tabblad, omdat je anders niet weet waar je ook alweer naar terug moet keren naar wat ook alweer het startpunt van je raadpleegactie is geweest. Het is niet ongebruikelijk om twee of meer browserschermen tegelijkertijd open te hebben met elk iets van twaalf tabbladen Wikipedia-lemma's.
Het GAR is bezig een flinke Rotterdam-en-regio-encyclopedie te maken op de GAR-website, gevat in wiki-format. De huidige wikisoftware gaat nog vervangen worden voor andere en dat juich ik toe, want met name een zoekveld en het aan kunnen maken van knooppunten mis ik nog. De GAR-wiki vind ik een enorme aanwinst voor de website. Google-vindbaar worden we een geduchte concurrent voor Wikipedia, omdat het geautoriseerde informatie is. René promoot actief de functionaliteit dat raadplegers hun eigen bijdragen aan de informatie kunnen geven. Dit dan met herkenbaar onderscheid tussen teksten van derden en de door het GAR geautoriseerde.
Ronald Rommelse heeft in een afdelingsoverleg al het idee geopperd dat het GAR-net (Rob, da's ons intranet) wordt opgevolgd door een wiki-netwerk. We waren er vanzelfsprekend mee ingenomen en ik opteer meteen voor de mogelijkheid dat iedere medewerker deel kan nemen aan de uitbreiding en verbetering van de GAR intra-wiki, zodat deze een natuurlijke groei en kwaliteitsverbetering krijgt door gezamenlijke verantwoordelijkheid en verdeling van de werklast die er aan een wiki vast zit.
Het moet mogelijk zijn dat de GAR intra-wiki een bestaan heeft naast moloch Sjaan (Rob, da's het intranet van de gemeente Rotterdam).
Labels:
wiki's
Wikipedia
Een eerstejaars theologie vindt het nog leuk om op internet te discussiëren over religie. Die eerstejaars jonkies dan hè. Mensen die op latere leeftijd theologie gaan studeren (da's de meerderheid) weten dat over religie net zo min als over kunst of politiek goed te discussiëren valt. Wij broekies komen er ook snel genoeg achter, hoor. No worries. Maar de discussies leren je wel discussietactieken en -valkuilen en ze leren je dat discussiëren met het andere geslacht leuker is dan met het eigen, want jongetjes willen in discussies altijd winnen en ze laten bungelen en ze tarten is het leukste wat er is. Die jongetjes gebruikten als achtergrondinformatie over het algemeen Wikipedia en dat was altijd een slechte zet van ze. Zeker toen ik eerstejaars was, want de kwaliteit van Wikipedia was toen zo ongelooflijk slecht. Voor de meeste internetdiscussies komt die kwaliteit net te laat. Fora hebben hun hoogtijdagen gehad. Behalve als je een nerd bent, want usenet roeleert nog steeds. Of als je een senior bent, want vroeger was alles beter en internet geeft je het podium om ons dat te vertellen.
De eerste keer dat ik met Wikipedia in aanraking kwam, herinner ik me qua afschuw nog wel, maar niet meer in tijdsperspectief. Het moet tijdens de opkomst van Wikipedia zijn geweest, want de kwaliteit is in de loop der jaren wel sterk verbeterd in vergelijking met wat ik toen las. Het initiatief zelf is geweldig! Het is gratis, het is het werkelijk delen in kennis en van elkaar leren. Ook in schrijfvaardigheid (ik ben echwel een leerling!). Maar Wikipedia heeft van twee zaken veel last: reclame en rancune. Na één keer een gedrocht van een wiki gelezen te hebben op Wikipedia heb ik in elke puberale discussie Wikipedia-verwijzingen uitgelachen.
Tegen mijn machtige afwijzing in, groeide Wikipedia uit tot populairste algemene online info-bron en ik las in een heel analoog tijdschrift dat veel hoogleraren met emeritaat en ander spul dat over het algemeen gedegen bronnen gebruikt, verslingerd was geraakt aan Wikipedia in de avonduren. Niet zo heel erg Jan-met-de-pet als Wikipedia-schrijvers door sommigen worden neergezet. Inmiddels lees ik me ook weer helemaal suf aan Wikipedia. De zinsbouw is vaak slecht, de toon is zo vaak overduidelijke reclame dat je het heel gauw herkent, maar over die schoonheidsfouten lees je heen. Ik lees over elke geschiedenis altijd het liefst eerst op Wikipedia en daarna pas een andere online bron uit mijn google-hits.
Een idool van mij overleed plotseling in 2008 en de wiki die na zijn overlijden over hem geschreven werd, ontbeerde zoveel wezenlijke informatie over deze fantastische persoon, dat ik 'm gewoon moest editten. En dat is complex geklooi, maar bleek wel heel leuk. Complex omdat lay-out, wijzigingspagina en (soms) discussiepagina, veel tijd, veel werk en (soms dus) overredingskracht vereisen. Digitale bronnen zoeken om je informatie met een bronverwijzing te ondersteunen is ook heel lastig, want de beste bronnen zijn vaak niet digitaal, maar de eis van bronverwijzing verbetert wel je zoekcompetenties.
Tegenwoordig vind ik het 't leukst om Wikipedia-teksten te voorzien van goedlopende zinnen. Daar schort het veelvuldig aan en dat juist zo'n gemankeerd schrijver als ik daar al een kwaliteitsslag in kan maken is bewijs genoeg.
De eerste keer dat ik met Wikipedia in aanraking kwam, herinner ik me qua afschuw nog wel, maar niet meer in tijdsperspectief. Het moet tijdens de opkomst van Wikipedia zijn geweest, want de kwaliteit is in de loop der jaren wel sterk verbeterd in vergelijking met wat ik toen las. Het initiatief zelf is geweldig! Het is gratis, het is het werkelijk delen in kennis en van elkaar leren. Ook in schrijfvaardigheid (ik ben echwel een leerling!). Maar Wikipedia heeft van twee zaken veel last: reclame en rancune. Na één keer een gedrocht van een wiki gelezen te hebben op Wikipedia heb ik in elke puberale discussie Wikipedia-verwijzingen uitgelachen.
Tegen mijn machtige afwijzing in, groeide Wikipedia uit tot populairste algemene online info-bron en ik las in een heel analoog tijdschrift dat veel hoogleraren met emeritaat en ander spul dat over het algemeen gedegen bronnen gebruikt, verslingerd was geraakt aan Wikipedia in de avonduren. Niet zo heel erg Jan-met-de-pet als Wikipedia-schrijvers door sommigen worden neergezet. Inmiddels lees ik me ook weer helemaal suf aan Wikipedia. De zinsbouw is vaak slecht, de toon is zo vaak overduidelijke reclame dat je het heel gauw herkent, maar over die schoonheidsfouten lees je heen. Ik lees over elke geschiedenis altijd het liefst eerst op Wikipedia en daarna pas een andere online bron uit mijn google-hits.
Een idool van mij overleed plotseling in 2008 en de wiki die na zijn overlijden over hem geschreven werd, ontbeerde zoveel wezenlijke informatie over deze fantastische persoon, dat ik 'm gewoon moest editten. En dat is complex geklooi, maar bleek wel heel leuk. Complex omdat lay-out, wijzigingspagina en (soms) discussiepagina, veel tijd, veel werk en (soms dus) overredingskracht vereisen. Digitale bronnen zoeken om je informatie met een bronverwijzing te ondersteunen is ook heel lastig, want de beste bronnen zijn vaak niet digitaal, maar de eis van bronverwijzing verbetert wel je zoekcompetenties.
Tegenwoordig vind ik het 't leukst om Wikipedia-teksten te voorzien van goedlopende zinnen. Daar schort het veelvuldig aan en dat juist zo'n gemankeerd schrijver als ik daar al een kwaliteitsslag in kan maken is bewijs genoeg.
Labels:
wiki's
dinsdag 2 maart 2010
Web 2.0.1
The internet of things:
http://www.guardian.co.uk/technology/2010/mar/01/internet-of-things-mckinsey
De wereld wordt alleen maar mooier en mooier.
http://www.guardian.co.uk/technology/2010/mar/01/internet-of-things-mckinsey
De wereld wordt alleen maar mooier en mooier.
Labels:
internetverslaving,
web 2.0
Social bookmarking
Van social bookmarking maak ik primair gebruik via Twitter (mijn #1 verslaving van dit moment; oneliners zijn fantastisch) en secundair via dat ouderwetse e-mail, wat ik nu nog alleen met tegenzin gebruik. De twitteraars die ik volg, tweeten over mijn belangstellingen en geven de links die ik wil hebben om aan mijn informatie te komen. Aan delicious had ik dan ook voor social bookmarking-doeleinden geen behoefte.
Wel heb ik ongeveer een jaar geleden een delicious-account aangemaakt omdat ik mijn bookmarks (favorieten heten die dingen bij dictator Microsoft) online beschikbaar wilde hebben, wegens overal tot mijn beschikking willen hebben. Ik had zelfs een geheel HBO-verantwoord literatuuronderzoekje gedaan om een goed bookmarks-opslagmedium te kiezen. Ik vond eerst een bètaversie van een Nederlandse social bookmarkingsite en het was drama. Elke url moest je apart taggen. Dat kostte belachelijk veel tijd. Dus een uurtje later probeerde ik toch maar delicious uit en daar viel de gebruikersvriendelijkheid nog meer tegen.
Dat begon al met de constraint dat er een cijfer in je wachtwoord moet (overigens, gelukkig, geen Yahoo-account nodig gehad). Mijn online wachtwoorden hebben geen van allen een cijfer. Dus dan weet je dat ik deze poging deed vóór het Citrix-tijdperk, want sinds Citrix heb ik een wachtwoord met een cijfer. Jacob gaf me de tip om de e's in mijn wachtwoorden te vervangen voor drieën. Maar dat onthoud ik helemaal niet, joh.
Daar kwam dus nog bij dat Delicious een graf lay-out heeft. Het is zo oerlelijk. Het navigeert niet op gemakkelijke wijze en nee, ik had geen behoefte mijn bookmarks publiekelijk te delen. Mijn doel was niet meer dan het online beschikbaar hebben van mijn bookmarks puur voor mijzelf.
Ik heb braaf meer dan 15 minuten zitten hannesen en toen was ik het helemaal zat. Het leven is te kort. Nog geen week later had ik mijn IG en wel met zo'n inrichting dat ik alles wat ik dagelijks nodig heb op één scherm heb staan. Mijn IG is eigenlijk mijn handtas. Ja, ik heb er gedoseerd bij zitten flippen, zo gelukkig was (en ben) ik met mijn IG. Vaarwel, Delicious, ik mis je niet.
Het tagging-spelletje met Boer zoekt Vrouw, dat als één van de verdiepingsopdrachten bij deze opdracht staat, heb ik een paar maanden geleden via ik weet niet meer waar eens aangetroffen en geprobeerd en het leverde me rode uitslag op van irritatie. Tagging is handig, maar alleen een doel op zich voor gepensioneerde mannen met een overschat beeld van hun kennis. Over de haken en ogen van tagging wil ik eigenlijk niet schrijven, omdat ik daarmee de zoveelste zou zijn. Verschillende online artikelen en collega's met een 23-dingenblog hebben al op heldere wijze uitgelegd wat de risico's en de voordelen zijn van tagging.
Gelukkig, de volgende opdracht is wel leuk. Voor u zit -virtueel- een wikipediaan. Opnieuw een verslaving van me.
Wel heb ik ongeveer een jaar geleden een delicious-account aangemaakt omdat ik mijn bookmarks (favorieten heten die dingen bij dictator Microsoft) online beschikbaar wilde hebben, wegens overal tot mijn beschikking willen hebben. Ik had zelfs een geheel HBO-verantwoord literatuuronderzoekje gedaan om een goed bookmarks-opslagmedium te kiezen. Ik vond eerst een bètaversie van een Nederlandse social bookmarkingsite en het was drama. Elke url moest je apart taggen. Dat kostte belachelijk veel tijd. Dus een uurtje later probeerde ik toch maar delicious uit en daar viel de gebruikersvriendelijkheid nog meer tegen.
Dat begon al met de constraint dat er een cijfer in je wachtwoord moet (overigens, gelukkig, geen Yahoo-account nodig gehad). Mijn online wachtwoorden hebben geen van allen een cijfer. Dus dan weet je dat ik deze poging deed vóór het Citrix-tijdperk, want sinds Citrix heb ik een wachtwoord met een cijfer. Jacob gaf me de tip om de e's in mijn wachtwoorden te vervangen voor drieën. Maar dat onthoud ik helemaal niet, joh.
Daar kwam dus nog bij dat Delicious een graf lay-out heeft. Het is zo oerlelijk. Het navigeert niet op gemakkelijke wijze en nee, ik had geen behoefte mijn bookmarks publiekelijk te delen. Mijn doel was niet meer dan het online beschikbaar hebben van mijn bookmarks puur voor mijzelf.
Ik heb braaf meer dan 15 minuten zitten hannesen en toen was ik het helemaal zat. Het leven is te kort. Nog geen week later had ik mijn IG en wel met zo'n inrichting dat ik alles wat ik dagelijks nodig heb op één scherm heb staan. Mijn IG is eigenlijk mijn handtas. Ja, ik heb er gedoseerd bij zitten flippen, zo gelukkig was (en ben) ik met mijn IG. Vaarwel, Delicious, ik mis je niet.
Het tagging-spelletje met Boer zoekt Vrouw, dat als één van de verdiepingsopdrachten bij deze opdracht staat, heb ik een paar maanden geleden via ik weet niet meer waar eens aangetroffen en geprobeerd en het leverde me rode uitslag op van irritatie. Tagging is handig, maar alleen een doel op zich voor gepensioneerde mannen met een overschat beeld van hun kennis. Over de haken en ogen van tagging wil ik eigenlijk niet schrijven, omdat ik daarmee de zoveelste zou zijn. Verschillende online artikelen en collega's met een 23-dingenblog hebben al op heldere wijze uitgelegd wat de risico's en de voordelen zijn van tagging.
Gelukkig, de volgende opdracht is wel leuk. Voor u zit -virtueel- een wikipediaan. Opnieuw een verslaving van me.
Labels:
Google IG,
social bookmarking,
tagging,
Twitter
In alle bescheidenheid...
...Ik las de opdracht over de tussentijdse analyse van de waarde van 2.0 en ik dacht, zo minzaam en deemoedig als ik ben, dat ik daar toch niets over zou kunnen schrijven zonder in herhaling te vallen.
Misschien kan ik nog toevoegen dat ik web 2.0 een knullig, gekunsteld synoniem vind voor wat tegenwoordig gewoon 'internet' is. Samenwerking, delen, elkaar volkomen nutteloos maar o zo informatief informeren over het biertje dat we aan het drinken zijn met vrienden van vrienden. Vanzelfsprekend is het 'web 2.0' van grote waarde. De dag doorkomen zonder internet betekent tegenwoordig de dag doorkomen zonder goed in contact te staan met de buitenwereld. Leer ermee leven, Beatrix.
Hoe zou ik de route kunnen vinden naar een afgesproken plaats? Hoe zou ik weten of mijn vrienden nog steeds in goeie doen zijn? Hoe zou ik weten hoe die acteur ook alweer heet en waar ik hem eerder heb gezien en met wie hij ook alweer getrouwd was? Hoe zou ik weten wat cystic fybrosis nou ook alweer is en hell ya, ik dien nú te weten waar het ontstaat en hoe ver de medische wetenschap is met het zien te genezen van die gruwelijkheid. Het leven is belachelijk kort. Zeker nu er zoveel meer te weten is dan 20 jaar geleden. Het ligt op je drempel! Haast je!
Volgens cbs.nl heb ik slechts een levensverwachting van 81 jaar en volgens deathclock.com (met dank aan René voor de tip) word ik maar 37. De wereld is van mij. En wel nu!
Volgens cbs.nl heb ik slechts een levensverwachting van 81 jaar en volgens deathclock.com (met dank aan René voor de tip) word ik maar 37. De wereld is van mij. En wel nu!
Dus ik laat het bij dit emo-relaas over mijn internetverslaving. Eerder had ik een stukje geschreven over hoe ik die 23 archiefdingen niet zo noodzakelijk via het GAR had hoeven leren, omdat ik het ervaar als veel herhaling of dingen die ik net had ontdekt of nog wel op eigen houtje zou vinden. Maar dat stukje is dan weer zo totaal onbescheiden en arrogant en post ik uit piëteit met jullie gevoel voor harmonie dan ook niet. Het zou een disturbance zijn van jullie Ch'i.
Labels:
internetverslaving,
leven volgens Roos,
web 2.0
Abonneren op:
Posts (Atom)